dr. Arif Elvan

dr. Arif Elvan
Cardioloog-electrofysioloog bij Isala Hartcentrum

In Nederland hebben ongeveer 385.000 patiënten last van boezemfibrilleren, de meest voorkomende hartritmestoornis. Het kom veel voor bij oudere mensen, die er veel hinder van ondervinden.  Voor hen kan ablatie, dat is een minimaal invasieve ingreep via een katheter in de lies, uitkomst bieden.

“Bij boezemfibrilleren geven vaak bepaalde spierweefsels rond de longaders aan de achterkant van de linker hartboezem verkeerde impulsen af”, legt cardioloog-electrofysioloog  dr. Arif Elvan van Isala Hartcentrum uit.

“Dat kunnen we behandelen door verhitting met radiofrequente energie. Een andere methode is bevriezing van het hartboezemweefsel, de zogeheten cryoablatie. Daarbij wordt via de lies een ballon ingebracht met stikstof, die het weefsel bevriest. Die methode is sneller en behandelt een groter gebied.”

Fire & Ice-onderzoek

In recent onderzoek door zestien gerenommeerde medische centra in Europa zijn beide methodes met elkaar vergeleken. Daaruit bleek dat 65 % van alle patiënten na hun eerste ingreep verlost was boezemfibrilleren. Deze succesratio was vergelijkbaar voor beide methodes. Dr. Elvan en zijn collega’s in Zwolle hebben een hoger percentage bereikt dankzij een nieuwe generatie cryoballonnen. “Daardoor ligt onze successcore op 80 procent na een eerste ingreep en 93 procent na twee ingrepen.”

‘Niet elke patiënt is geschikt voor nieuwe techniek’

Het zogeheten Fire & Ice-onderzoek wees verder uit dat ernstige complicaties, zoals beroerte of bloedingen, bij de cryo-ablatie zeer zeldzaam zijn. “De ingreep duurt korter en het herstel gaat sneller,” zegt dr. Elvan. “Minder patiënten hoeven terug te komen voor een vervolgbehandeling.”

Toch voert de cardioloog ook nog steeds conventionele ablaties uit met radiofrequente energie (verhitting). “Niet elke patiënt is bijvoorbeeld geschikt voor cryoablatie”, legt hij uit. “Bij een kleine minderheid van de patiënten is  de anatomie van de longaders zodanig afwijkend dat cryobehandeling niet mogelijk is. ”

Nierzenuwen

Voor patiënten met een moeilijk behandelbare hoge bloeddruk, die een hoog risico hebben op boezemfibrilleren, beroerte en hartfalen, wordt Europees onderzoek gedaan naar een nieuwe ablatietechniek. Bij deze zogeheten nierarterie-ablatie of renale denervatie worden de zenuwen rond de nierslagaders uitgeschakeld. Via de lies worden twee dunne slangetjes (katheters) ingebracht en naar de slagaders geleid. De slagaderwanden worden dan op een aantal plaatsen via radiofrequente energie verhit.

 “De eerste resultaten duiden op een gunstig effect voor zowel hoge bloeddruk als het risico op hartritmestoornissen”, vertelt de cardioloog. “Voor de nieuwe techniek hebben we een systeem ontwikkeld waarbij we door zachte impulsen de nierzenuwen opsporen en vervolgens gericht behandelen. ‘Mapping’ noemen we dat ook wel.

Voor deze nieuwe techniek brengen we een tweede katheter in via de lies. Het resultaat van de nieuwe techniek is veel beter dan bij de traditionele methode. Bij het merendeel van de patiënten daalde na renale derevatie de bloeddruk zonder bijwerkingen of nadelig effect voor de nieren.”

L.NL.MKT.GM.11.2016.0804