Anke Vervoord

Anke Vervoord
Directeur van De Hart&Vaatgroep

Medicatie

Uit onderzoek dat kort geleden door het NIVEL is uitgevoerd, blijkt dat patiënten beter geïnformeerd willen zijn over de wisseling van medicatie. Vier op de tien patiënten die hart- en vaatmedicatie gebruiken krijgen in de apotheek wel eens een ander middel dan de keer daarvoor. Het gaat dan om een middel met eenzelfde werkzame stof maar van een ander merk.

Wisselen van hart- en vaatmedicatie op initiatief van de apotheek zorgt voor meer praktische problemen bij het gebruik, meer bijwerkingen en een minder goede therapietrouw.  Van de mensen die gewisseld zijn van hart- en vaatmedicatie, heeft 71% daar geen informatie over gekregen van een zorgverlener of zorgverzekeraar. Patiënten moeten beter geïnformeerd worden over de wisselingen van medicatie. En bij een herhaalrecept zou gevraagd moeten worden naar de ervaringen met het nieuwe middel.

Betrokken worden bij besluitvorming

Patiënten vinden goede informatievoorziening ontzettend belangrijk. Ze willen betrokken worden bij de besluitvorming over de verschillende mogelijkheden van behandelen en willen op de juiste manier begeleid worden. Wat goede kwaliteit van zorg is, wordt bepaald door de zorgverleners, zoals artsen én door patiënten. Bij voorkeur bepalen ze dat samen.

Samen beslissen door arts en patiënt over de meest geschikte behandeling gebeurt steeds meer, maar kan nog beter. Samen beslissen draagt bij aan betere kwaliteit van leven en meer tevredenheid, betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de patiënt in zijn zorg. Dit lukt doordat we hart- en vaatpatiënten handvatten bieden en toepassingen onder zorgverleners stimuleren.

Belang van onderzoek

Daarnaast is het belangrijk dat er veel, heel veel wetenschappelijk onderzoek naar hart- en vaatziekten gebeurt én hier patiënten bij te betrekken. Onderzoek sluit hierdoor aan bij de dagelijkse praktijk en de wensen van patiënten. Persoonlijke ervaringen van patiënten kunnen helpen om het belang van onderzoek te onderstrepen.

In de jaren 60 stierf nog 1 op de 3 patiënten met een hartinfarct, nu is dit 1 op de 30!

Onderzoek heeft afgelopen decennia veel goede resultaten opgeleverd voor hart- en vaatpatiënten. Steeds meer mensen overleven een hart- of vaatziekte door snellere diagnose en betere behandeling. In de jaren 60 stierf nog 1 op de 3 patiënten met een hartinfarct, nu is dit 1 op de 30!

Invloed dagelijks leven

Toen ik begin dit jaar als directeur van dé hart- en vaatpatiëntenvereniging startte, wist ik niet goed wat het nu écht betekent om een probleem met je hart of  je vaten te hebben. Wat het is om ’s nachts wakker liggen om te checken of je hart het wel blijft doen. Dit soort zorgen tekenen je leven. Feit is dat er medisch steeds meer kan.

In de strijd tegen hart- en vaatziekten is het gelukt om haperende harten en verstopte vaten een tweede kans te geven. Daarmee is het probleem helaas niet opgelost. Hart- en vaatziekten zijn er altijd. Bij de re-integratie op je werk, in je relatie, tijdens het sporten, bij het kopen van een huis en als je een levensverzekering wilt afsluiten.

Gevolgen niet altijd zichtbaar

De gevolgen van een hart- of vaatziekte zijn er iedere dag. Niet altijd zichtbaar, maar wel aanwezig. Gevolgen die je in meer of mindere mate beperken bij het leiden van je leven zoals je dat zelf wilt. Gevolgen die een groep mensen op achterstand zetten. Op dat terrein hebben we nog veel werk te doen.

Wat bovenal noodzakelijk is, is het met kracht doorzetten van de tendens de patiënt daadwerkelijk een rol te laten vervullen bij de ontwikkeling van onderzoek, beleid en zorg. De patiënt is namelijk allereerst mens en kan als enige benoemen hoe die zijn of haar leven wenst vorm te geven. Laten we daar goed naar luisteren.